Werkwijze samenwerking

Er komt een moment in het ziekteproces dementie van de gast van de Reikende Hand dat aan deze persoon meer en/of andere zorg verleend moet worden dan past binnen onze kaders. De gast krijgt dan een WMO indicatie of een indicatie WLZ. (Wet Langdurige Zorg) Een indicatie wordt aangevraagd door de casemanager in overleg met familie.
Op de andere locaties wordt dan afscheid genomen van de gast. Op beide locaties is het mogelijk, dat na overleg met de casemanager, de Zorgboog en de familie/verzorger(s) de persoon daar voorlopig blijft deelnemen aan de dagbesteding. Dit gebeurt dan mede onder begeleiding van een professional van de Zorgboog, die, indien nodig, aan de gewijzigde zorgvraag tegemoet kan komen. Als er sprake is van een WLZ dan geldt deelname voor de overbruggingsperiode tot opname elders.

Tot opname elders merkt de gast op de dagbesteding zelf niets van deze gewijzigde zorgvraag/zorgaanbieding doordat er geen “verhuizing “ plaatsvindt en hij/zij in de vertrouwde omgeving met dezelfde mede gasten blijft vertoeven. Er wordt op deze manier onnodige onrust voorkomen. Dit komt de kwaliteit van leven ten goede. Uiteraard kan ook bij een WMO indicatie een moment ontstaan dat deelname aan de dagbesteding bij de Reikende Hand  niet meer mogelijk is. De casemanager gaat dan samen met de Zorgboog zoeken naar de beste oplossing. Hierbij wordt de familie natuurlijk nauw betrokken.
Het feit dat er een indicering gaat plaatsvinden heeft ook financiële consequenties voor de familie/verzorger(s) van de gast, maar dit gaat volledig buiten de Reikende Hand om en wordt geheel door de Zorgboog geregeld.